Don Boscocollege Zwijnaarde

School met zin

Studieaanbod

De eerste graad is observeren

Wie start op DBZ, begint in onze eerstegraadsschool. In de eerste graad zijn er geen onderwijsvormen. De school organiseert geen B-stroom.

We werken in de eerste graad hard aan een zorgzame en veilige klasomgeving, geven de kinderen de tijd om zich te kunnen aanpassen, bieden kansen om stil te staan bij nieuwe ervaringen. De klassenleraar is voor de leerlingen een ankerfiguur.

Een brede algemene vorming

Onze jongste leerlingen krijgen kansen om te ontdekken waar ze echt goed in zijn en waar ze echt graag mee bezig zijn. De klemtoon ligt heel erg op een brede algemene vorming met aandacht voor hart, verstand en handen.

De eerste graad is de brug tussen de basisschool en de tweede graad. Het talentenuur is daar een voorbeeld van.

Keuzes maken

Vanaf het eerste jaar maakt elke leerling keuzes, en die keuzes zal hij voortdurend bijsturen op basis van zijn ontplooiing.

  • Het eerste leerjaar A op DBZ bestaat uit 27 uren basisvorming en een keuzegedeelte van 4 lestijden. De leerlingen kunnen kiezen voor Latijn (klassieke studiën), voor ondersteuning Frans of ondersteuning wiskunde.
    Met ondersteuning beogen we extra comfort voor die vakken. We voorzien daar meer ruimte om te oefenen, meer ruimte om langer bij een item stil te staan, meer mogelijkheden om interactief en actief te leren. Ook het vak Nederlands krijgt in klassen zonder klassieke studiën een uurtje extra comfort.

    Alle leerlingen van het eerste jaar krijgen bovendien een talentenuur aangeboden met keuze uit allerlei disciplines: sport, creativiteit, handvaardigheid, wetenschap en techniek, exploratie. Gedurende het schooljaar kan je twee verschillende keuzes maken. De bedoeling van het talentenuur: speels, zelfontdekkend en interactief leren, innovatief werken, nieuwe interesses uitproberen en vooral ook de zin om naar school te gaan extra stimuleren.
  • Op onze school zijn er in het tweede jaar drie aso-voorbereidende basisopties: Latijn, Grieks-Latijn en Moderne wetenschappen.
    Ten opzichte van het eerste jaar zijn er enkele verschuivingen, ongeacht de keuze voor een specifieke basisoptie. De ondersteunende lesuren voor Frans, wiskunde en Nederlands zijn in het globale pakket niet meer mogelijk in het tweede jaar. Engels is er een nieuw tweeuursvak, geschiedenis breidt uit naar twee lesuren, aardrijkskunde en natuurwetenschappen krijgen nog één lesuur.

    Alle opties leiden naadloos naar richtingen in de tweede graad met klemtoon op wiskunde, wetenschappen, taal, cultuur of techniek in aso, tso of kso.

De basisoptie Latijn

In het eerste jaar staan er vier uur in de lessentabel. Vanaf het tweede jaar komt het vak Latijn tot volle ontwikkeling. Er worden dan 5 lesuren per week voorzien.

Het kader is de klassieke oudheid. Door de studie van Latijn verwerven de leerlingen een inzicht in taal en letterkunde, kunst en cultuur, maatschappij en mentaliteit van de antieke beschaving. De cursus Latijn draagt bij tot de vorming van historisch bewustzijn, is een oefening in kritisch denken, confronteert de leerlingen met de Europese wortels en de Europese context waarin ze leven en laat de leerlingen de waarde en het belang van traditie ervaren. Ze ontdekken wat de moeite waard is om te bewaren en door te geven.

De studie is essentieel gericht op de lectuur van antieke teksten. Daardoor verhogen de leerlingen hun algemene taalvaardigheid. Ze leren bedachtzaam, nauwgezet en beschouwend om te gaan met taal. Ze scherpen hun taalgevoeligheid aan en verrijken zo hun taalgebruik, ook in de moedertaal. Ze ondervinden in de studie van een klassieke taal een ondersteuning om andere talen te leren.

De basisoptie Moderne Wetenschappen

Via de vakken wetenschappelijk werk (WW) en sociaal-economische initiatie (SEI) prikkelen we vanaf het tweede jaar een nog breder spectrum van talenten en interesses. We peilen of er interesse/aanleg is in functie van een studiekeuze na de eerste graad.

In het vak wetenschappelijk werk (3 lesuren per week) leren de leerlingen waarnemen en kijken, zelf zorgvuldig een proef uitvoeren, meten en wetten opstellen, nuttige toepassingen vinden en in groepsverband werken. Het uitgangspunt is dus experimenten en onderzoekend leren.

Het vak SEI (socio-economische initiatie) is een initiatie in de economische en humane wetenschappen. Onder de noemer ‘economie’ maken leerlingen kennis met de economie als wetenschap. Economie gaat over mensen, die bezig zijn met produceren, verdelen en consumeren. Verder ook aandacht voor maatschappelijke fenomenen zoals gezin, uitgeven van geld, koopgedrag, maar ook participatie, solidariteit, mobiliteit en milieu. Begrippen zoals consument, bedrijf, begroting, overheid, uitgavenpatroon e.d. komen aan bod.

De basisoptie Grieks-Latijn

In het eerste leerjaar zijn de leerlingen bij klassieke studiën reeds bezig een aantal inzichten te verwerven die ook voor de studie van Grieks belangrijk zijn. De kennismaking met het Grieks is er, maar blijft daar beperkt tot een eerste contact.

Leerlingen die Latijn volgen in het eerste jaar kunnen vanaf het tweede jaar ook een extra cursus klassieke talen starten, de studie van het Oud-Grieks.

De cursus Grieks in het tweede jaar is een echte startcursus, een eerste stap van vijf leerjaren. Hij is echter ook een observatiecursus: de leraar observeert de vorderingen van de leerling voor Grieks maar probeert zich ook een ruimer beeld te vormen van de talenten, vaardigheden en attitudes van de leerling.
Lectuur van authentieke (oud-) Griekse teksten blijft de eerste doelstelling. Er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijk parallellisme tussen de leerplannen Klassieke Studiën, Latijn en Grieks. In de eerste graad worden uiteraard vereenvoudigde authentieke teksten gelezen. Ze zijn enerzijds vertrekpunt bij het inductief aanbrengen van grammatica, fungeren als  illustratie en inoefening, maar zijn er vooral ook om maximaal leesplezier te bekomen.

Lessentabellen eerste graad

Eerste graad – eerste jaar
Gemeenschappelijk deel Keuzedeel
  GO NE FR WI AA NW GE LO MO PO TE KS ON OF OW TU Tot
met klassieke studiën 2 5 4 4 2 2 1 2 1 2 2 4 - - - 1 32
zonder klassieke studiën 2 5 4 4 2 2 1 2 1 2 2 - 1 1/2 2/1 1 32
Eerste graad – tweede jaar
Gemeenschappelijk deel Keuzedeel
GO NE FR EN WI GE AA NW LO MO TE GR LA WW SI PO Tot
Grieks-Latijn 2 4 3 2 4 2 1 1 2 1 2 3 5 - - - 32
Latijn 2 4 4 2 5 2 1 1 2 1 2 - 5 - - 1 32
Mod. wetenschappen 2 4 4 2 5 2 1 1 2 1 2 - - 3 2 1 32

De afkortingen

AA
aardrijkskunde
BI
biologie
CH
chemie
D/E
Duits of economie
DF
differentiatie Frans
DW
differentiatie wiskunde
DU
Duits
EC
economie
EN
Engels
ES
esthetica
FR
Frans
GE
geschiedenis
GO
godsdienst
GR
Grieks
IN
informatica
KS
klassieke studiën
LA
Latijn
LO
lichamelijke opvoeding
MO
muzikale opvoeding
FY
fysica
NE
Nederlands
NW
natuurwetenschappen
OF
ondersteuning Frans
ON
ondersteuning Nederlands
OW
ondersteuning wiskunde
PO
plastische opvoeding
SE
seminarie
SI
socio-economische initiatie
TE
techniek
TU
talentenuur
WE
wetenschappen
WI
wiskunde
WW
wetenschappelijk werk